erekruis

Nederlands

 
[1] kruis op een begraafplaats
 
[2] erekruis als ereteken
Uitspraak
Woordafbreking
  • ere·kruis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord erekruis erekruisen
erekruizen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

erekruis o [1]

  1. kruisvormig herdenkingsteken op een begraafplaats
  2. onderscheidingsteken horend bij een militaire- of ridderorde
    • Choreografe Anne Teresa De Keersmaeker zal woensdag in Wenen het Oostenrijkse ‘Erekruis voor Wetenschap en Kunst’ ontvangen.[2] 
    • Dat hij vandaag het erekruis in ontvangst mocht nemen heeft zijn partner pas vandaag aan hem verteld.[3] 
    • Van bij elkaar ruim 130 jaar ervaring als hofdame werd in maart dit jaar in één keer afscheid genomen. Vijf hofdames, van wie één al onder Juliana was begonnen, zwaaiden af met een Erekruis in de Huisorde van Oranje:[4] 
    • De helft van de 22 werknemers van de Kanselarij heeft de afgelopen weken ruim drieduizend erekruisen in fraaie doosjes gelegd. En evenzoveel oorkondes in mooie kokers gerold.[5] 
Synoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 17/FEBRUARI/2015 door skn
  3. Tubantia Elise van Joolen 27-NOVEMBER-17
  4. Volkskrant Jan Hoedeman en Remco Meijer 25 april 2014
  5. NRC Elsje Jorritsma 27 april 2012
  6.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be