enchilada

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·chi·la·da
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘gevulde gebakken tortilla’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1999 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord enchilada enchilada's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

enchilada m

  1. (voeding) gevulde, opgerolde en gebakken Mexicaanse tortilla, traditioneel geserveerd met guacamole en/of een pittige saus
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen