elatief

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ela·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord elatief elatieven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

elatief m

  1. (taalkunde) absolute superlatief
  2. (taalkunde) naamval die beweging naar buiten aanduidt

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
39 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be