donorhart

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·nor·hart
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord donorhart donorharten
verkleinwoord donorhartje donorhartjes

Zelfstandig naamwoord

donorhart o

  1. door een donor afgestaan hart bestemd voor transplantatie
     In Nederland is een groot tekort aan donorharten. Volgens de recentste cijfers van de Nederlandse Transplantatie Stichting wachten 132 mensen op een donorhart.[1]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Man die vorig jaar als eerste Nederlander een kunsthart kreeg overleden” (07 juli 2022), NU.nl
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be