diminutief

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·mi·nu·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diminutief diminutieven
verkleinwoord diminutiefje diminutiefjes

Zelfstandig naamwoord

diminutief o

  1. (grammatica) woord met achtervoegsel om aan te geven dat het als klein of geliefd wordt gezien
    • In het Nederlands kennen we veel diminutieven zelfs als het over zeer grote dingen gaat zoals de zon. 
    • In het Nederlands gebruiken we het diminutief ook om dingen minder gevaarlijk te laten schijnen zoals bijvoorbeeld het monstertje. 
Synoniemen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen