dierenartsenpraktijk

Nederlands

 
dierenartsenpraktijk
Uitspraak
Woordafbreking
  • die·ren·art·sen·prak·tijk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dierenartsenpraktijk dierenartsenpraktijken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de dierenartsenpraktijkv / m

  1. ruimte of gebouw waar een of meer dierenartsen werken
     De foto is inmiddels verwijderd, maar screenshots van de foto leveren op sociale media een stroom aan verontwaardigde reacties op. De dierenartsenpraktijk waar ze werkte, zegt ontsteld te zijn door de schokkende foto. Haar collega's benadrukken dat ze het geweld afkeuren en vragen mensen met klem om geen wraak te nemen op de dierenartsenpraktijk.[1]
     Bij Dierenartsenpraktijk Purmerend kwamen vijf honden binnen. Twee ervan moesten onmiddellijk worden geopereerd. Op röntgenfoto's is duidelijk een vishaakje te zien in de maag van een van de honden.[2]
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Dierenarts ontslagen vanwege gruwelijke Facebookfoto” (18-04-2015), NOS
  2.   Weblink bron “Opnieuw dierenbeul actief in Purmerend” (21-05-2015), NOS