• denk·rich·ting
enkelvoud meervoud
naamwoord denkrichting denkrichtingen
verkleinwoord

de denkrichtingv

  1. opvattingen van een persoon of van een groep ten aanzien van een bepaalde kwestie
     Sonnemans is verbaasd over de commotie: "De Korte kende de nieuwe denkrichting. De komende periode zullen we onze koers aan alle betrokkenen verduidelijken."[2]
     Het zou de risico's voor de banken verminderen. Voor de consument zou het kunnen betekenen dat de hypotheekrente iets daalt, denkt de VEH, maar hoe en wanneer het ingevoerd moet worden, is nog niet bekend. Dat wordt pas duidelijk als het rapport, dat nu nog geheim is, wordt gepubliceerd. "Misschien wordt het als een suggestie geopperd en is het een denkrichting."[3]
     Een woordvoerder van de provincie benadrukt dat het vooralsnog gaat om een denkrichting. Er zijn nog geen concrete plannen over een nieuw Waddeneiland. "We hebben zelfs nog niet gesproken met baggeraars", zegt de woordvoerder.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron “JBN wil centraal trainingscentrum” (Donderdag 20 juni 2013, 15:32), NOS
  3.   Weblink bron “VEH afwachtend over spaaradvies” (Donderdag 27 juni 2013, 10:33), NOS
  4.   Weblink bron “Groningen denkt over eigen eiland” (Donderdag 20 december 2012, 12:14), NOS