compostmeester

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·post·mees·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord compostmeester compostmeesters
verkleinwoord compostmeestertje compostmeestertjes

Zelfstandig naamwoord

compostmeester m

  1. een persoon bij de (Belgische) gemeente die uitleg geeft over compost en het thuiscomposteren en afvalarm tuinieren promoot.
    • De compostmeester heeft de opleiding compostmeester gevolgd. 

Gangbaarheid