buitenschools

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·ten·schools
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen buitenschools
verbogen buitenschoolse
partitief buitenschools

Bijvoeglijk naamwoord

buitenschools

  1. niet in schooltijd plaatshebbend (al dan niet binnen het schoolgebouw)
    • zij gingen elke dag naar de buitenschoolse opvang 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be