bovenhands

Nederlands

 
bovenhands blokken van de bal bij Volleyball
Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·hands
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bovenhands bovenhandser bovenhandst
verbogen bovenhandse bovenhandsere bovenhandste
partitief bovenhands bovenhandsers -

Bijvoeglijk naamwoord

bovenhands [1]

  1. met de hand boven de schouders opgeheven en naar voren gericht
    • De mens en zijn voorouders zijn echter wel de enige zoogdieren die permanent op twee benen zijn blijven staan en lopen. Volgens Carrier is dat niet zonder reden, want de kosten van tweebenigheid zijn groot: „Tweevoeters verbruiken veel meer energie tijdens het lopen, kunnen veel minder snelheid maken en leveren in op hoe goed zij kunnen versnellen en afremmen.” Dit grote nadeel moet door andere dingen gecompenseerd zijn. Volgens Carrier kon de vroegste mens dankzij de krachtige bovenhandse slag beter jagen (met stenen, stokken of speren) maar diende het hem vooral in de onderlinge competitie tussen mannelijke soortgenoten.[2] 
    • Twee keer op een dag staan beachvolleyballers Tim Oude Elferink (22) en Jon Stiekema (21), de talenten van Beach Team Holland, op het strand voor hun trainingen. Ze zijn het enige Nederlandse team dat de bovenhandse techniek beheerst. Toch zullen ze het beachstadion in Scheveningen zondag waarschijnlijk niet als kampioenen verlaten. „Titelfavorieten Richard Schuil en Reinder Nummerdor hebben gewoon geen zwakke punten”, zegt Stiekema in een Scheveningse strandtent, voordat het duo aan hun laatste training voor het NK begint.[3]  

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Sander Voormolen 23 mei 2011
  3. NRC Shari Kiljan 14 augustus 2009
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be