boskamp

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Boskamp


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·kamp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boskamp boskampen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boskamp o

  1. tijdelijke verblijfplaats voor een groep mensen in een woud
    • Ik heb Ba-Joessoe bij het vallen van de avond, toen hij zijn bulldozer weer teruggebracht had naar het primitieve boskamp, en hem schoongemaakt en afgeschraapt en onder dekzeil toegestopt had, om daarna zich uit te rekken in het stijgend nachtlied van de krekels, eens getracht te ondervragen. [1]
    1. (geschiedenis) Japans interneringskamp voor Europese gevangenen dat in het oerwoud ligt
      • Kuje was een boskamp, uiterst primitief van behuizing en slecht van voeding, rijst met zout, drie maal per dag en volop malaria. [2]

Gangbaarheid

Verwijzingen