boskabouter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·ka·bou·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boskabouter boskabouters
verkleinwoord boskaboutertje boskaboutertjes

Zelfstandig naamwoord

boskabouter m

  1. Dwegachtig sprookjesfiguur dat in een bos leeft. Paulus de boskabouter is de bekendste boskabouter
  2. Kleine uitgave van de Bosatlas


Meer informatie

Gangbaarheid