boegeroep

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·ge·roep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boegeroep -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boegeroep o

  1. het roepen van 'boe' meestal als blijk van afkeuring (maar ook om te laten schrikken)

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be