bewesten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wes·ten
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

bewesten

  1. aan de westelijke zijde van
    • De Moervaart bracht al het oppervlaktewater hierheen van het gebied bewesten Sint-Niklaas. [2]
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
21 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van west met het omvoegsel be- -en "aan de westelijke kant" [1]

Voorzetsel

bewesten (met datief)

  1. ten westen van

Verwijzingen