aanvreten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vre·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanvreten
vrat aan
aangevreten
klasse 5 volledig

Werkwoord

aanvreten

  1. overgankelijk beschadigd door vraat
    • De rozen waren aangevreten door de taxuskever. 
  2. overgankelijk beschadigd door chemische aantasting
    • De beschermende laag rond de elektrische draden was aangevreten door het zuur. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be