• Schul·yaahr
  • Samenstelling van de Pennsylvania-Duitse zelfstandige naamwoorden Schul en Yaahr
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Schulyaahr es Schulyaahr Schulyaahre die Schulyaahre
datief me Schulyaahr em Schulyaahr Schulyaahre de Schulyaahre
accusatief en Schulyaahr es Schulyaahr Schulyaahre die Schulyaahre

Schulyaahr, o

  1. (tijdrekening) schooljaar
    «Es Schulyaahr iss graad zum End kumme.»
    Het schooljaar is net afgelopen.