80-jarig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 80-ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstellende afleiding van 80 en  jaar zn  met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen 80-jarig
verbogen 80-jarige
partitief 80-jarigs

Bijvoeglijk naamwoord

80-jarig

  1. 80 jaren durend
    • Het 80-jarig bestaan van de club werd met een groot feest gevierd. 
  2. met de leeftijd van 80 jaar
    • Bij de brand viel helaas een 80-jarig slachtoffer. 
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid