zoengeld

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoen·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zoengeld zoengelden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zoengeld o

  1. geld betaald om een verzoening tot stand te brengen
    • In de middeleeuwen werd zoengeld vaak gezien als een manier om een eind aan bloedwraak te maken. 

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be