zette klaar

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zet·te klaar
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
klaarzetten

zette klaar

  1. enkelvoud verleden tijd van klaarzetten
    • Ik zette klaar. 
    • Jij zette klaar. 
    • Hij, zij, het zette klaar. 
  2. aanvoegende wijs van klaarzetten


Gangbaarheid