vercommercialiseren


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·com·mer·ci·a·li·se·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vercommercialiseren [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vercommercialiseren
vercommercialiseerde
vercommercialiseerd
zwak -d volledig
  1. (pejoratief) iets verprutsen door het winstgevend te willen maken
     ‘Gelukkig zijn er in onze extreem vercommercialiseerde samenleving eilandjes waar het rendementsdenken niet is doorgedrongen. Waar je altijd gratis welkom bent. Waar het altijd gezellig is, maar je je ook heel goed kunt afzonderen. En waar je je nooit hoeft te vervelen. Dat is in de openbare bibliotheek.”[2]
     Marleen Stikker vertelt lachend dat ze net haar fiets met het slot heeft vastgemaakt aan een deelfiets. "Of tenminste, ze noemen het deelfietsen, alleen maar omdat je ze met een app kunt gebruiken. Maar ik erger me er kapot aan, omdat ze de publieke ruimte vercommercialiseren en ik nu zelf mijn fiets nergens meer aan kan vastmaken."[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Tracy Metz   “De bieb wordt een hotspot” (6 december 2019), NRC
  3.   Weblink bron Mirjam Streefkerk “'Het wordt gênant om nog een LinkedIn-profiel te hebben'” (20-10-2017), Tubantia