uitwerking

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·wer·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitwerking uitwerkingen
verkleinwoord uitwerkinkje uitwerkinkjes

Zelfstandig naamwoord

uitwerking v

  1. de verdere detaillering van iets
    • De verdere uitwerking van de plannen kostte meer tijd dan het maken van de grove opzet. 
  2. het effect van iets
    • De uitwerking van geneesmiddelen is niet altijd te voorspellen, bijwerkingen komen helaas ook voor.  

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be