toneelles

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·neel·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toneelles toneellessen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

toneelles v / m

  1. (toneel) (onderwijs) les in toneelspelen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be