spraakverwarring

Nederlands

 
het is allemaal begonnen bij de Babylonische spraakverwarring
Uitspraak
Woordafbreking
  • spraak·ver·war·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spraakverwarring spraakverwarringen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spraakverwarring v

  1. een situatie waarin men elkaars taal of manier van spreken niet begrijpt
    • In het Engels bestaat er nooit twijfel over wat een vraag is. You know this, don’t you? Of: Do you know this? Hoe vaak heb ik niet spraakverwarring en erger zien ontstaan omdat Engels sprekende Nederlanders een affirmatieve zin van een kleine toonsverhoging aan het eind voorzien, die immers in hun moedertaal voldoende is om een vraag te markeren maar nergens wordt begrepen. You know this? [2] 
Uitdrukkingen en gezegden
  • een Babylonische spraakverwarring
door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en zonder elkaar te verstaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. spraakverwarring op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Louise Fresco 6 september 2016
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be