spraakstoornis

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spraak·stoor·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spraakstoornis spraakstoornissen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spraakstoornis v

  1. (medisch) gebrek aan de spraakorganen of in het gebruik daarvan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be