snuisterij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snuis·te·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord snuisterij snuisterijen
verkleinwoord snuisterijtje snuisterijtjes

Zelfstandig naamwoord

snuisterij v [3]

  1. klein sieraad van weinig waarde
  2. (figuurlijk) object van weinig waarde

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen