singulariteit

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sin·gu·la·ri·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord singulariteit singulariteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

singulariteit v

  1. het niet van toepassing zijn van de normaal geldige regels
  2. (wiskunde) een punt waarvoor een functie of een van zijn afgeleiden niet gedefinieerd is
    • De functie tan(x) heeft een singulariteit voor de waarde π/2. 
  3. (wiskunde) het singulair zijn
    • Ten gevolge van de singulariteit van de matrix kan deze niet geïnverteerd worden. 

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be