sinaasappelschil


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·naas·ap·pel·schil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sinaasappelschil sinaasappelschillen
verkleinwoord sinaasappelschilletje sinaasappelschilletjes

Zelfstandig naamwoord

sinaasappelschil v/m

  1. (voeding) het dikke, oranjekleurige omhulsel van een sinaasappel
     Voeg de sinaasappelschil en het -sap, de kaneel, geraspte wortel en sultana’s toe en meng alle ingrediënten voorzichtig. Schep het cakebeslag in de ingevette bakvorm, dek af met aluminiumfolie en prik er een paar gaatjes in. Zet de vorm in de airfryer en stel de timer in op 30 minuten.[1]
     Verwarm de wijn vlak voor het opdienen. Snijd met een scherp mes de amandelen in splinters. Verdeel de rozijnen, amandelen en reepjes sinaasappelschil over glaasjes. Leg vlak voor het serveren voor de garnering eventueel ook wat reepjes sinaasappelschil samen met kardemompeulen in de pan met warme wijn. Schenk of schep met een soeplepel de glögg in de glaasjes. Serveer met lepeltjes.[2]


Gangbaarheid


Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Dit heb je vast nog nooit gebakken in je airfryer (spoiler: er zit chocola in)” (20-10-2020), Tubantia
  2.   Weblink bron Ellen den Hollander “Een tripje naar Sevilla zit er nog steeds niet in, maar met deze huevos krijg je toch een vakantiegevoel” (29-11-2020), Tubantia