Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • san·tin
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van sant met het achtervoegsel -in
enkelvoud meervoud
naamwoord santin santinnen
verkleinwoord santinnetje santinnetjes

Zelfstandig naamwoord

santin v

  1. (religie) (verouderd) vrouwelijke heilige

Gangbaarheid

11 % van de Nederlanders;
16 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be