Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ri·va·li·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rivaliteit rivaliteiten
verkleinwoord rivaliteitje rivaliteitjes

Zelfstandig naamwoord

de rivaliteitv

  1. wedijver tussen tegenstanders die hetzelfde doel bereiken willen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be