remettre

Frans

Uitspraak

Werkwoord

remettre

  1. afdragen
  2. herstellen, terugzetten
  3. (informatica) resetten

se remettre

  1. wederkerend zich herstellen (van een ziekte, e.d.)
  2. wederkerend (spreektaal) zich herinneren
    «C’est moi le mec à qui t’as fait un doigt, tout à l’heure en bagnole! Tu m’remets maintenant?»
    Ik ben die kerel aan wie jij net de vinger gaf in de auto! Weet je nu weer wie ik ben? [1]

Verwijzingen