paraverbinding

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ra·ver·bin·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paraverbinding paraverbindingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

paraverbinding v

  1. (scheikunde) elk van de substitutieproducten van benzeen, waarin de groepen diametraal tegenover elkaar zijn gelegen

Gangbaarheid