overspraak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·spraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overspraak overspraken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

overspraak v / m

  1. elektromagnetische interferentie tussen verschillende signalen, bijvoorbeeld tussen het linkerkanaal en rechterkanaal van een stereosignaal

Gangbaarheid

Meer informatie