oceaanreus


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oce·aan·reus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oceaanreus oceaanreuzen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oceaanreus m [1]

  1. zeer groot zeeschip
    • De eerste vaart van de oceaanreus kreeg veel aandacht in de pers. De aankomst in Rotterdam was bijvoorbeeld een groot mediaspektakel. Die pracht en praal lijkt slechts uiterlijke schijn te zijn geweest zo blijkt uit beelden die gemaakt zijn door betalende klanten aan boord. [2] 
    • De Belgische scheepsloodsen luiden de noodklok over het groeiende aantal cruiseschepen op de Westerschelde. Die zorgen volgens hen voor gevaarlijke toestanden. 'Het is een kwestie van tijd voor een oceaanreus zo'n klein laag schip raakt en er mogelijk honderden slachtoffers vallen", zeggen de loodsen woensdag in de Vlaamse krant Het Nieuwsblad. [3] 
  2. zeer grote walvis
    • Voor de kust van het Zuid-Afrikaanse Port Elizabeth dook een bultrugwalvis plotseling vlak voor een visserboot op en landde na een forse duik pardoes op de boot. Door de gigantische kracht van de oceaanreus ging de boot even onder. De tijdelijk gekelderde boot raakte zwaar beschadigd. Drie vissers raakten gewond. Een van hen is er erg aan toe. [4] 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen