enkelvoud meervoud
note notes

note

  1. notitie, aantekening
  2. (muziek) noot
  3. briefje
  4. bankbiljet
vervoeging
onbepaalde wijs to  note 
he/she/it  notes 
verleden tijd  noted 
voltooid
deelwoord
 noted 
onvoltooid
deelwoord
 noting 
gebiedende wijs  note 

note

  1. opmerken
  2. noteren


vervoeging van
noter

note

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van noter
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van noter
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van noter


vervoeging van
notar

note

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van notar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van notar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van notar