nadrukken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·druk·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nadrukken
drukte na
nagedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

nadrukken

  1. overgankelijk een verdere oplage van een geschrift drukken
    • Deze versie was snel uitverkocht en werd nog twee maal in grotere oplage nagedrukt. 

Zelfstandig naamwoord

nadrukken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord nadruk

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be