naamwoord van handeling

  • naam·woord van han·de·ling
enkelvoud meervoud
naamwoord naamwoord van handeling naamwoorden van handeling
verkleinwoord

het naamwoord van handelingo

  1. (grammatica) zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van de stam van een werkwoord en de actie die door het werkwoord wordt uitgedrukt beschrijft

In het artikel Naamwoord van handeling worden een aantal voorbeelden gegeven.