lidland


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lid·land
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lidland lidlanden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lidland o

  1. land dat deelneemt aan een verbond of internationale organisatie
     'De bondsvoorzitter krijgt wekelijks een mailtje van de FIFA. Of het al geregeld is met die dubbele nationaliteit. Suriname is het laatste lidland dat er geen gebruik van maakt. Ook in het Caribisch gebied houden ze het scherp in de gaten. In Jamaica en Trinidad zien ze Suriname mét profs als grote concurrent voor een WK-ticket.'[1]

Gangbaarheid

22 % van de Nederlanders;
37 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Diederik Samwel “Suriname droomt van het WK” (30 april 2015), de Volkskrant
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be