kuiperij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kui·pe·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kuiperij kuiperijen [2]
verkleinwoord kuiperijtje [2] kuiperijtjes [2]

Zelfstandig naamwoord

kuiperij v

  1. (bedrijf) het vervaardigen van vaten, kuipen en tonnen
    • Vroeger was de kuiperij een eerzaam beroep. 
  2. onbetrouwbare en corrupte actitiveiten
    • Zijn kuiperijen zijn berucht. 

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be