intrigant

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tri·gant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord intrigant intriganten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

intrigant m [3]

  1. iemand die intrigeert (op slinkse wijze te werk gaat om zijn doel te bereiken)

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen