Nederlands

Huidig
bestand
106
Uitspraak
Woordafbreking
  • -ant
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Frans met het achtervoegsel -ant (v -ante), dat tegenwoordige deelwoorden vormt.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord -ant -anten
verkleinwoord -antje -antjes

Achtervoegsel

-ant m [2]

  1. iemand (of iets) die de door het werkwoord met het achtervoegsel -eren genoemde handeling verricht
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • -ant
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Latijn -antem, resp. -entem, 4e nv. van -ans, resp. -ens.[1]

Achtervoegsel

-ant m

  1. vormt tegenwoordige deelwoorden, bijv. en mangeant 'etend'.
  2. vormt bijvoeglijke naamwoorden, afgeleid van het tegenwoordige deelword in -ant, bijv. une musique dansante v 'dansmuziek, muziek om op te dansen', des propos troublants mv 'verontrustende woorden, uitspraken (in een gesprek, conversatie)'
  3. vormt persoonsnamen of beroepsnamen van werkwoorden, bijv. soignant 'verzorger, verpleger' (soigner 'verzorgen, verplegen'), enseignant 'docent, onderwijzer' (enseigner 'doceren, onderwijzer').