infectiegeval

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·fec·tie·ge·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord infectiegeval infectiegevallen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

infectiegeval o

  1. (medisch) iemand die door iets geïnfecteerd geraakt is
    • De meeste infectiegevallen van het coronavirus bevonden zich in eerste instantie in China.