ijslaag

Nederlands

 
met warm pekelwater kan deze wagen een ijslaag van de weg halen
Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·laag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijslaag ijslagen
verkleinwoord ijslaagje ijslaagjes

Zelfstandig naamwoord

ijslaag v/m

  1. ijs dat als een laag ergens overheen ligt m.n. over wegen
    • In Dronten wordt er ondertussen al ijs gelegd. Het schaatsseizoen op ijsbaan Leisure World begint zaterdag. „We brengen nu de ijslaag aan”, vertelt Yvonne Obbema van Leisure World. „Dat doen we ’s ochtends omdat de omstandigheden dan iets beter zijn, maar we kunnen het hier binnen goed controleren met een luchtbehandelingskast.” Het komt de schaatsbaan niet slecht uit dat het eind deze week slechter weer wordt. „De wedstrijdschaatsers staan al te popelen, maar voor de recreanten moet het echt herfst- en winterweer zijn. Een mooie nazomer is fijn, maar deze temperaturen hoeven voor ons niet zo.” [1] 
     Wanneer hij 's ochtends wakker werd onder zijn Noorse donzen dekbed, het enige wat hij had bijgedragen aan de inrichting, de Zweden gaven er nog steeds de voorkeur aan om onder gewone dekens kou te lijden, lag er een dunne ijslaag op het waswater in de kan bij zijn wastafelkast, soms was zelfs de pis in de van een blauw patroon voorziene pot onder het bed bevroren.[2]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. NRC Alex van der Hulst 13 september 2016
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be