gazonsproeier
- ga·zon·sproei·er
- samenstelling van gazon zn en sproeier zn
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | gazonsproeier | gazonsproeiers |
verkleinwoord | gazonsproeiertje | gazonsproeiertjes |
de gazonsproeier m
- (techniek) apparaat waarmee men water over een grasveld kan spuiten
- ▸ Verschillende gazonsproeiers verenigden hun ritmische gesis tot een melancholiek lied; waar de sproeiers niet reikten, was het pas gemaaide gras geel verkleurd door de hitte.[1]
- ▸ Brandt de zon, laat het terras dan voor wat het is en verhuis naar een plek op het gazon. Daar is het, met dank aan de natuur, steeds enkele graden koeler. In de schaduw van een boom knijp je er nog eens enkele graden af. Heb je nood aan pure verfrissing, installeer dan een tuindouche. Is het water meer bedoeld als spelelement voor de kinderen, dan is een gazonsproeier interessanter.[2]
- Het woord 'gazonsproeier' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Ons soort mensen” (2016), Ambo/Anthos uitgevers , ISBN 9789026334672
- ↑ Weblink bron Marc Verachtert“Hoe slaagt een vakantie in eigen tuin?” (Maandag 25 juni 2012 om 10:00), De Standaard