follow-up

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fol·low-up
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord follow-up follow-ups
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

follow-up m [1]

  1. vervolg (bespreking, onderzoek etc.)

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen