donorschap

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·nor·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord donorschap
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

donorschap o

  1. het iemand zijn die een (geldelijke)bijdrage heeft gegeven aan een organisatie
  2. (medisch) het donor zijn of de bereidheid om donor te zijn van bloed of organen
     Nicolette is 18 en zei 'Nee' tegen het donorschap. Door alle aandacht rond orgaandonoren is ze erover na gaan denken. "Als ik dood ga, wil ik dat iedereen gelijk kan rouwen. Ik vind het geen fijn idee dat mijn lichaam eerst naar de operatietafel gaat en dan voor een deel leeggehaald wordt."[1]
     De bloeddonatietool van Facebook werd in 2017 al gelanceerd en wordt inmiddels in 23 landen ingezet. "Er zijn landen waar het aantal bloeddonoren met de helft is gestegen", zegt een woordvoerder van Sanquin. Ze benadrukt dat donoren zelf bepalen of ze hun donorschap op Facebook delen en dat de tool geen gegevens van gebruikers opslaat.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Meer 18-jarigen zeggen 'Nee' tegen donorschap” (10-10-2017), NOS
  2.   Weblink bron “Sanquin gaat samenwerken met Facebook om donoren te werven” (28-10-2020), NOS