condensor

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·den·sor
enkelvoud meervoud
naamwoord condensor condensors
verkleinwoord condensortje condensortjes

Zelfstandig naamwoord

condensor m

  1. (motortechniek) reservoir bij een stoommachine waarin de afgewerkte stoom tot water verdicht wordt
  2. (natuurkunde) stelsel van lenzen om licht op een beperkt vlak te concentreren
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be