chevreau


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • che·vreau
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chevreau
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chevreau m

  1. leer van een geit
     Die mode is, als elke, grillig en wisselend. Is een tijdlang zeker overleer-soort (zeg: chevreau) in zwang geweest, plotseling wordt het verdrongen door b.v. chroomleder.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. chevreau op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron Henri Smissaert Economische kroniek. in: Onze Eeuw., jrg. 10 deel 1 nr. 3 (maart 1910), p. 458
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chevreau     le chevreau     chevreaux     les chevreaux  

Zelfstandig naamwoord

chevreau m

  1. jong van een geit, geitenlam
  2. chevreau, geitenleer
Overerving en ontlening


Zweeds

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

chevreau

  1. chevreau, geitenleer