buikzwam

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • buik·zwam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord buikzwam buikzwammen
verkleinwoord buikzwammetje buikzwammetjes

Zelfstandig naamwoord

buikzwam v / m [1]

  1. (schimmels) zwam bestaande uit een ronde tot eivormige zak waarvan de sporen zich in een gesloten vruchtlichaam ontwikkelen dat scheurt bij aanraking of wanneer het rijp is

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen