bovenhouden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bovenhouden
hield boven
bovengehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

bovenhouden

  1. niet onder water gaan
    • Hij kon zichzelf bovenhouden, want hij kon goed zwemmen. 

Gangbaarheid