bloemvorm


Nederlands

 
stoelen met een bloemvorm
Uitspraak
Woordafbreking
  • bloem·vorm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloemvorm bloemvormen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bloemvorm m [1]

  1. qua vorm lijkend op een bloem
    • Koen maakte de pops zelf ook in de vorm van cupcakes, met de hand gemodelleerd. „Dan draai je van het kruimel-crèmemengsel eerst een balletje en duw je daarna een kleine koekjesuitsteker in bloemvorm van ongeveer 2 centimeter hoog aan de onderkant in het balletje. Zo ontstaat de vorm van het baking cupje, eigen aan de cupcake.” [2] 
  2. de vormen van bloemen
    • De borders zijn weelderig, een explosie van kleuren, met vaak verrassende combinaties van blad- en bloemvormen. Tot diep in de herfst valt in deze tuin iets te beleven. [3] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad Mariëlle Oussoren-Buys 18-02-2011 Nieuwe trend: Cake-op-stok
  3. De Standaard 30/10/2011 om 09:00 door Els Groessens Zuidoost-Engeland, traditie met een vleugje humor
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be